Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.7

Afstemming met de branche

Onderdeel van Beleid van regio Rivierenland voor het verbranden van resthout in de open lucht

De branche kan zich vinden in de beleidslijn zoals geschetst in 5.6. De gemeenten en de branche zien het als een gezamenlijke verantwoordelijkheid dat het verbranden van resthout geen overlast oplevert en dat het milieu niet onnodig wordt belast. Op 27 januari 2006 is met vertegenwoordigers van de LTO, NFO en Nederlandse Bond van Boomkwekers afgesproken dat er jaarlijks een gesprek plaatsvindt met de branche. Enerzijds om ervaringen uit te wisselen over de uitvoering van de beleidsregel in de praktijk. Anderzijds om de ontwikkeling van alternatieven met elkaar te bespreken met als doel om in de toekomst het verbranden van resthout verder te verminderen. Resultaten evaluatie stookbeleid Na 1 jaar uitvoering heeft in mei-juni 2007 de evaluatie van het uniforme stookbeleid plaatsgevonden. Zowel de branche als de gemeenten zijn van mening dat in algemene zin het huidige stookbeleid voldoet. Het wordt als positief ervaren dat er een uniform beleid is. Wel is het zo dat het huidige stookbeleid een compromis is. Hierdoor is de uitvoering, voor zowel burgers, bedrijven als gemeenten, niet altijd gemakkelijk, daardoor treden er in de uitvoering verschillen op. De gemeenten hebben geconstateerd dat er relatief veel opmerkingen over het stookbeleid afkomstig waren van particulieren. Dit betrof met name de weigering om snoeihout te mogen verbranden. De gemeenten hebben in het portefeuilleberaad Milieu van 21 juni jl. daarom besloten om particulieren beter te informeren over alternatieven en meer te ondersteunen. Samengevat kunnen de betrokken partijen, op enkele praktische aanpassingen na, uit de voeten met het huidige stookbeleid. Toekomstbeeld De gemeenten hebben opnieuw aangegeven er aan te hechten dat er alternatieven voor het verbranden van het resthout ontwikkeld worden. Als richtpunt hebben de gemeenten voor ogen dat vanaf 1 januari 2010 het verbranden van resthout tot een minimum beperkt kan worden en dat alleen besmettelijk ziek hout nog verbrand mag worden. De gemeenten zullen komend jaar een werkgroep starten om de kennis bundelen en betrokken partijen, waaronder de branche en bio-energieproducenten, bij elkaar te brengen. De branche staat hier positief tegenover. Deze werkgroep moet duidelijk maken wat er nodig is om te zorgen dat het resthout opgewerkt kan worden tot een geschikte grondstof voor de bio-energie markt. Als dit tegen beperkte meerkosten lukt, is een redelijk alternatief voor het verbranden van het resthout voorhanden. Er kunnen dan in overleg met de branche concrete stappen worden gezet om het verbranden van resthout verder te beperken.

Rechtspraak bij dit artikel