Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Kampeerverordening

Onverminderd het bepaalde in afdeling 4.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht vermeldt: De aanvraag van een vergunning of vrijstelling : naam en adres van de rechthebbende en de beheerder van de kampeerplaats; indien van toepassing een opgave van het aantal jaar-, seizoen- en toeristische standplaatsen en recreatiewoonverblijven op de kampeerplaats; een opgave van het aantal toe te laten verblijfsrecreanten op of in de kampeerplaats; de periode of het aantal dagen dat de kampeerplaats per kalenderjaar kan worden gebruikt; Bij de aanvraag van een vergunning of vrijstelling moeten de volgende bescheiden worden overgelegd: een situatietekening in drievoud van de kampeerplaats op schaal van tenminste 1 : 1.000 met een kadastrale omschrijving van het perceel waarop, indien van toepassing, is aangegeven: de plaats van de bestaande en op te richten gebouwen met hun functie; de aanwezige en aan te brengen randbeplanting, alsmede het assortiment waaruit deze randbeplanting bestaat; het verloop van de wegen en paden; de parkeergelegenheid; de kavelbegrenzing van de jaar- en seizoenstandplaatsen, de recreatiewoonverblijven alsmede de begrenzing van de plaatsen bestemd voor toeristisch kamperen en voor sport en spel; de aanwezige en te realiseren voorzieningen ter bestrijding van brand; een toelichting waaruit blijkt welke sanitaire voorzieningen er zijn en hoe de afvoer van vaste en vloeibare afvalstoffen is geregeld. Bij de aanvraag van een vergunning of vrijstelling voor een kampeerplaats als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder a, sub 2, van de wet moet, naast de in het tweede lid bedoelde bescheiden, een tekening in drievoud van de kampeerplaats worden overgelegd op schaal van tenminste 1 : 200 waarop, indien van toepassing, zijn aangegeven: de situering van de slaapplaatsen per vertrek; de dagverblijf/eetruimte; de vluchtwegen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel