De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk
IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het
belastingobject vastgestelde waarde voor het kalenderjaar
bedoeld in artikel 4, tweede lid, van deze verordening.
Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking
gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in
hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn
aan woondoeleinden.
Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is
vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat
belastingobject bepaald met overeenkomstige toepassing van het
bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid,
van de Wet waardering onroerende zaken.
Hoofdstuk II
Artikel 6