4.1 Subsidiariteit
Voordat de burgemeester besluit om een woning te sluiten moet zijn vastgesteld dat er geen ander probaat middel is dat niet of in mindere mate ingrijpt in de privacy, het privéleven en het huisrecht van de bewoners. Er moet worden voldaan aan de eisen van subsidiariteit. Een effectieve en zorgvuldige aanpak van overlast vergt dat er op maat maatregelen worden genomen. De maatregelen dienen te passen bij en afgestemd te zijn op de aard en de achterliggende oorzaken van de overlast. Bij minder ingrijpende maatregelen valt te denken aan strafrechtelijk optreden door de politie (oppakken dealers) of het toepassen van andere bestuursrechtelijke maatregelen (bouwkundig of bestemmingsplanmatig).
4.2 Dossiervorming
Indien er sprake is van ernstige overlast waardoor de openbare orde rond de woning wordt verstoord, heeft de burgemeester informatie nodig van de politie en het Openbaar Ministerie. Een dossier dient voldoende concreet te zijn en dient zicht te geven op plaats, aard en frequentie van de overlast, evenals de omstandigheden waaronder deze plaatsvindt, wie eigenaar/verhuurder van het pand is, de achtergronden van de overlastveroorzaker(s), de uitkomsten van de verificatie van de overlast, de relatie van de klachten met criminaliteit en de stappen die reeds zijn ondernomen om de overlast aan te pakken en de resultaten hiervan. Overigens is naast bestuursrechtelijke handhaving ook strafrechtelijke handhaving door het Openbaar Ministerie mogelij.
4.3 Schriftelijke waarschuwing
Als de burgemeester overweegt artikel 174a Gemeentewet toe te passen dan is de
eerste stap in de procedure dat belanghebbenden een schriftelijke waarschuwing krijgen. Belanghebbenden zijn in ieder geval de bewoners/gebruikers van de woning en de eigenaar/verhuurder. Belanghebbenden worden in kennis gesteld van de geconstateerde overlast en hiermee gepaard gaande verstoring van de openbare orde.
4.4 Voornemen
Als blijkt dat na ontvangst van de schriftelijke waarschuwing onvoldoende is gedaan om een einde aan de overlast te maken en/of de overlast aanhoudt, dan stelt de burgemeester de eigenaar/verhuurder en de bewoner(s) van het pand schriftelijk in kennis van het voornemen tot sluiting van de woning op grond van artikel 174a Gemeentewet.
4.5 Besluit
Als een zienswijze geen ander licht op de zaak heeft geworpen kan de burgemeester besluiten om de woning te sluiten. Aangezien de Wet Victoria het ultimum remedium vormt, moet eerst worden getoetst of in de betreffende situatie is voldaan aan onderstaande criteria:
Er is sprake van onaanvaardbare voortdurende maatschappelijke
overlast;
De overlast is ernstig van aard en tast de openbare orde aan;
Minder ingrijpende –concreet te benoemen- maatregelen zijn in het verleden tevergeefs ingezet/bieden op korte termijn geen oplossing;
Er wordt voldaan aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit.
In het bevel tot sluiting worden de volgende elementen opgenomen:
Sluiting op grond van artikel 174a Gemeentewet;
Welk pand is gesloten;
Waarom tot sluiting is overgegaan (voorgeschiedenis, subsidiariteit/ proportionaliteit);
De termijn van de sluiting;
De begunstigingstermijn;
Welke dwangmiddelen zullen worden toegepast;
Tegen het besluit is bezwaar en beroep mogelijk.
De kosten van sluiting kunnen ingevolge artikel 5:25 e.v. van de Awb geheel op de belanghebbende worden verhaald.
4.6 Begunstigingstermijn
In het vierde lid van artikel 174a Gemeentewet is opgenomen dat aan de belanghebbenden vooraf de gelegenheid moet worden geboden zelf maatregelen te treffen om aan de verstoring van de openbare orde een einde te maken. De vrijwillige maatregelen die de belanghebbende moet treffen kunnen in het sluitingsbevel worden opgenomen en dienen als eindresultaat de sluiting van het pand te hebben. De termijn bedraagt één week.
4.7 Feitelijke sluiting
Na afloop van de begunstigingstermijn gaat de gemeente over tot daadwerkelijke sluiting. In concreto betekent dit het ophangen van een bekendmaking op de toegangsdeur met de mededeling dat het pand op last van de burgemeester is gesloten.
4.8 Vervangende woonruimte
Het kan voorkomen dat bewoners die niet met de overlastgevende situatie in en rond het pand te maken hebben, getroffen worden door een sluitingsbevel op grond van artikel 174a. Uit jurisprudentie met betrekking tot artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (ERVM) blijkt dat in dit geval aan de 'onschuldige' bewoner passende vervangende woonruimte moet worden aangeboden. Soms moet ook aan de overlastveroorzakers zelf een tweede kans worden geboden.
4.9 Wet Victor
Tijdelijke of definitieve sluiting van een (drugs)pand op basis van artikel 174a Gemeentewet is in de meeste gevallen afdoende om de overlast te bestrijden. Soms zijn echter aanvullende maatregelen nodig om de aantasting van de leefbaarheid rond het gesloten pand te herstellen. De Wet Victor biedt hiertoe mogelijkheden. Het college kan na sluiting van het pand het aanschrijvingsinstrument uit de Woningwet hanteren. Het college kan aanwijzingen geven aan de eigenaar of gebruiker van het gebouw om het gebouw weer op redelijke wijze voor bewoning/gebruik geschikt te maken.
4.10 Opheffing sluiting
De burgemeester heeft ook de bevoegdheid een sluiting op te heffen. Wanneer belanghebbenden van een gesloten pand aantonen dat zij voldoende maatregelen hebben getroffen waardoor het aannemelijk wordt dat na opening van het pand geen overlast meer plaats vindt, kan de burgemeester de sluiting opheffen. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn indien een woningcorporatie een huurovereenkomst met de overlastveroorzaker heeft laten ontbinden en een andere huurder in de woning wil plaatsen.