Indien gegevens het voorwerp zijn van verwerking op grond van artikel 8, onder e en f, van de wet, kan de betrokkene bij de verantwoordelijke te allen tijde bezwaar aantekenen tegen verwerking van zijn persoonsgegevens in verband met zijn bijzondere persoonlijke omstandigheden.
Binnen vier weken na ontvangst van het verzet beoordeelt de door de verantwoordelijke daartoe aangewezen functionaris gegevensbescherming dan wel de eveneens daartoe aangewezen betrokken teammanager of dat verzet gerechtvaardigd is.
Indien een dergelijk verzet gerechtvaardigd is of indien verzet is aangetekend tegen verwerking voor commerciële of charitatieve doeleinden treft de functionaris gegevensbescherming of de betrokken teammanager in dat geval maatregelen om deze vorm van verwerking terstond te beëindigen.