Voorliggende voorzieningen gaan voor op zorg in natura en persoonsgebonden budgetten. Op basis van de hardheidsclausule kan in bijzondere situaties altijd – maar bij uitzondering – van deze regels worden afgeweken. Aan de hand van de normtijden (zoals genoemd in bijlage I) kan voor de individuele situatie worden bepaald hoeveel tijd noodzakelijk is.
De toekenning van zorg is in principe, omdat er nog gekeken dient te worden naar voorliggende voorzieningen. Voorliggende voorzieningen, die altijd algemeen gebruikelijk zijn, kunnen gevonden worden in:
kinderopvang (crèche, kinderdagverblijf, overblijfmogelijkheden op school, voor- of naschoolse opvang);
oppascentrales;
maaltijddiensten;
hondenuitlaat-service;
boodschappendiensten enz.
De voorliggende voorzieningen moeten wel ter plaatse beschikbaar zijn. Is dat niet zo, dan is er geen sprake van een voorliggende voorziening. Niet relevant is of men gebruik wil maken van een voorliggende voorziening. Ook is in principe niet relevant welke kosten aan de voorliggende voorziening zijn verbonden, tenzij sprake zou kunnen zijn van een zogenaamd extreem laag inkomen als geldt bij het begrip algemeen gebruikelijk: een inkomen dat door kosten op grond van de ziekte of het probleem onder de bijstandsnorm uitkomt of dreigt uit te komen door deze kosten.
Indien het gaat om zorg in natura, dan dient de toe te kennen hulp bij het huishouden bij beschikking worden toegekend en tevens doorgegeven worden aan de instelling die deze gaat verzorgen. Hierbij is relevant dat de instelling de inhoudelijke opbouw van de indicatie kent. Daardoor kan voorkomen worden dat activiteiten worden uitgevoerd waarvoor geen hulp is toegekend.
Gaat het om een persoonsgebonden budget, dan dient, indien aan het gestelde in artikel 6 is of kan worden voldaan en er geen overwegende bezwaren bestaan het persoonsgebonden budget bij beschikking worden toegekend en kan ingevolge lid 4 van artikel 6 tot uitbetaling worden overgegaan.
In beide situaties dienen de benodigde gegevens voor het innen van de eigen bijdrage aan het CAK worden doorgegeven.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4
Voorliggende voorzieningen
Onderdeel van Verstrekkingenboek Maatschappelijke Ondersteuning 2009, Beleidsregel