Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.5

Levering hulp bij het huishouden bij Woon/zorgcomplexen

Onderdeel van Verstrekkingenboek Maatschappelijke Ondersteuning 2009, Beleidsregel

Het zorgkantoor beoordeelt of een woon/zorgcomplex wordt aangeduid als een AWBZ-instelling waar verblijf én behandeling geheel onder de AWBZ valt. Voor AWBZ-instellingen geldt dat huishoudelijke verzorging in de functie verblijf is opgenomen. Er bestaat in deze situatie geen recht op hulp bij het huishouden. Daar waar het zorgkantoor een woon/zorgcomplex niet aanmerkt als een AWBZ-instelling met de functies verblijf én behandeling, kan er mogelijk een aanspraak op een Wmo-voorziening (hulp bij het huishouden) bestaan. Dit dient altijd getoetst te worden. Bij het recht op hulp bij het huishouden valt voor de normering van de indicatie alleen de zelfstandig gebruikte woonruimte onder de beoordeling van de indicatie. Gemeenschappelijke ruimten binnen een woon/zorgcomplex, die voor alle bewoners van het complex toegankelijk zijn cq. worden gebruikt, vallen niet onder de normering voor de indicatie hulp bij het huishouden. Als huishoudelijke werkzaamheden centraal zijn geregeld in het woon/zorgcomplex, worden deze werkzaamheden niet opgenomen bij de vaststelling van de omvang van de indicatie. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een door of via het woon/zorgcomplex verzorgde boodschappen-dienst/ wasservice. In dat geval maken boodschappen doen en wasverzorging geen onderdeel uit van de indicatie. Afspraken West-Fries Gasthuis In het geval van ontslag uit een ziekenhuis beoordeelt de transferverpleegkundige van het ziekenhuis, of behandelend arts, of de hulp noodzakelijk is. In deze gevallen wordt gebruik gemaakt van het standaard-indicatie-protocol (sip) en wordt vanuit het ziekenhuis de huishoudelijke hulp geregeld. Het ziekenhuis informeert de gemeente over de indicatie (hoeveel uren hulp per week en door welke door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder deze wordt geleverd). De nota wordt dan van de aanbieder die de hulp levert, op basis van afspraken met de gemeente, ontvangen. De aanvrager hoeft zich niet te melden bij het loket. Bij de zorg na ziekenhuisopname wordt de keuze voor een persoonsgebonden budget niet geboden, omdat de zorg niet langer dan maximaal drie maanden ingezet kan worden. Het gaat om een administratieve afhandeling van de gestelde indicatie. Er vindt derhalve een eenvoudige toets plaats naar de noodzaak van de hulp, er wordt direct toegekend en gerealiseerd. De gemeente stuurt de klant een beschikking over deze indicatie.

Rechtspraak bij dit artikel