1.
De aanvraag om subsidie dient vóór 1 november van het betreffende subsidiejaar te
worden ingediend bij het bestuursorgaan.
2.
Bij de aanvraag dienen te worden overgelegd:
a.
een gespecificeerde begroting van de met het onderhoud gemoeide kosten, voorzien van een duidelijke toelichting, opgesteld door een in te schakelen onafhankelijke deskundige of onafhankelijke deskundige instantie;
b.
een recent inspectierapport, opgesteld door de Monumentenwacht, dan wel door
een onafhankelijke deskundige of onafhankelijke deskundige instantie.
3.
Het bestuursorgaan kan bepalen dat naast de in het tweede lid bedoelde bescheiden andere bescheiden worden overgelegd.