Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5

Gezamenlijk hoofdverblijf

Onderdeel van Toeslagenverordening WWB 2011

1.. Aan de alleenstaande of de alleenstaand ouder, zijnde de hoofdbewoner, in wiens woning een andere alleenstaande dan wel gezin, niet zijnde een kind van 18 jaar of ouder van de hoofdbewoner, het hoofdverblijf heeft wordt een toeslag verstrekt van 10% van de norm voor gehuwden zoals vastgesteld in artikel 21 onder c van de wet. 2.. Aan de alleenstaande of de alleenstaand ouder die in de woning van een andere alleenstaande of gezin het hoofdverblijf heeft, niet zijnde een kind van 18 jaar of ouder van de hoofdbewoner, wordt, ongeacht of meerdere personen dan wel gezinnen ook in dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben, een toeslag verstrekt van 20% van de norm voor gehuwden zoals vastgesteld in artikel 21 onder c van de wet. 3.. Aan de alleenstaande of de alleenstaand ouder, zijnde de hoofdbewoner, in wiens woning één of meerdere zorgbehoevende(-n) het hoofdverblijf heeft (hebben), wordt de toeslag bepaald op 20% van de norm voor gehuwden zoals vastgesteld in artikel 21 onder c van de wet. 4.. Aan de alleenstaande of de alleenstaand ouder die zorgbehoevend is en de hoofdbewoner is van de door hem bewoonde woning, in wiens woning een andere alleenstaande of gezin het hoofdverblijf heeft, wordt de toeslag bepaald op 20% van de norm voor gehuwden zoals vastgesteld in artikel 21 onder c van de wet. 5.. Aan de alleenstaande of de alleenstaand ouder, zijnde de hoofdbewoner, in wiens woning twee of meer andere alleenstaanden dan wel gezinnen hun hoofdverblijf hebben, wordt geen toeslag verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel