Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 6

Inwonende kinderen; inwonende ouders

Onderdeel van Toeslagenverordening WWB 2011

1.. Aan de alleenstaande of de alleenstaand ouder in wiens woning één of meerdere kinderen van 18 jaar of ouder hun hoofdverblijf hebben wordt de toeslag verlaagd naar 15% van de norm voor gehuwden zoals vastgesteld in artikel 21 onder c van de wet, tenzij er sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 4, derde lid of tenzij het kind als zorgbehoevend zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid onder g kan worden aangemerkt. 2.. Voor de toepassing van het eerste lid geldt dat, indien er meer dan één kind van 18 jaar of ouder het hoofdverblijf heeft bij de alleenstaande of de alleenstaand ouder en elk van deze kinderen een inkomen heeft dat hoger is dan het bedrag bedoeld in artikel 4, derde lid, de verlaging van de toeslag slechts éénmaal plaats vindt. 3.. Voor de alleenstaande of de alleenstaand ouder die zijn hoofdverblijf heeft in de woning van (één van zijn) (stief-)kind(-eren), wordt de toeslag bepaald op een bedrag gelijk aan 10% van de norm voor gehuwden zoals vastgesteld in artikel 21 onder c van de wet, tenzij de belanghebbende aan te merken is zorgbehoevend in welk geval de toeslag wordt vastgesteld op 20% van de norm voor gehuwden zoals bedoeld in artikel 21 onder c van de wet. 4.. De toeslag voor de alleenstaande of de alleenstaande ouder, die zijn hoofdverblijf heeft in het huis van de (stief-)ouder(-s) wordt vastgesteld op 10% van de norm als bedoeld in artikel 21 onder c van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel