1.. Een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 29, wordt ingediend bij burgemeester en wethouders en bevat in elk geval:

  • - de namen en de adressen van de eigenaar en de gebruiker van de grond waarop of waarin de afvalstoffen zullen worden gebracht;
  • - een beschrijving van het perceel waar de afvalstoffen op of in de bodem zullen worden gebracht;
  • - het beoogde doel van het op of in de bodem brengen van de afvalstoffen;
  • - de herkomst van de afvalstoffen.

2.. Het in deze verordening bepaalde ten aanzien van vergunningen is van overeenkomstige toepassing op ontheffingen, met uitzondering van het bepaalde in artikel 14.