Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 4

Eigen bijdrage blijf-van-mijn-lijfhuizen, voorzieningen voor begeleid wonen en passantenverblijven

Onderdeel van Verordening eigen bijdrage maatschappelijke opvang

1.. De maximale hoogte van de eigen bijdrage bij verblijf in een blijf-van-mijn-lijfhuis wordt jaarlijks op voorstel van de instelling door het college vastgesteld. 2.. De maximale hoogte van de eigen bijdrage bij verblijf in een voorziening voor begeleid wonen wordt jaarlijks op voorstel van de instelling door het college vastgesteld. 3.. De maximale eigen bijdrage per overnachting in het passantenverblijf wordt jaarlijks op voorstel van de instelling door het college vastgesteld. 4.. De eigen bijdrage wordt door de instelling zodanig bepaald dat de cliënt in elk geval de beschik-king houdt over een bedrag dat gelijk is aan de bijstandsnorm, ingevolge artikel 31, eerste lid, aanhef en onder a van de Algemene bijstandswet. 5.. Dit bedrag wordt verhoogd met het verschil tussen de bijstandsnorm ingevolge artikel 30, sub b, en de bijstandsnorm ingevolge artikel 30, sub a, van de Algemene bijstandswet, indien met de cliënt een tot diens huishouden behorend minderjarig kind in de voorziening verblijft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel