Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 16.

Artikel 16.2

Eerste maand huur en administratiekosten (B103)

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2011

De woningstichting heeft als beleid dat de huur altijd 1 maand vooruit betaald moet worden. Als de huur niet per de eerste van de maand ingaat, gaat het zelfs om de gebroken maand, plus de huur van de daaropvolgende maand. Recht op bijzondere bijstand De kosten van eerste huur en administratiekosten horen tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze kunnen worden voldaan uit een inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm, door middel van reservering dan wel gespreide betaling achteraf. Dit betekent dat er in principe geen bijstandsverlening mogelijk is voor deze kosten. Noodzaak Zijn er bijzondere omstandigheden in het individuele geval dan kan er, als men niet heeft kunnen reserveren, toch bijzondere bijstand worden verleend. Belanghebbende moet aantoonbaar maken dat er in het geheel geen middelen zijn om de eerste verhuurnota te kunnen voldoen. Bijzondere omstandigheden kunnen aanwezig zijn in de onderstaande situaties: • een belanghebbende betrekt een huurwoning na langdurig verblijf in een inrichting of detentie; • een belanghebbende moet verhuizen op grond van een verhuisplicht die door Sociale Zaken is opgelegd; • een belanghebbende gaat scheiden en verhuist naar een andere woning; • een belanghebbende moet om zwaarwegende, sociale redenen binnen korte tijd en onvoorzien verhuizen. Bijzondere omstandigheden zijn in ieder geval aanwezig als een belanghebbende een eerste huisvesting krijgt meteen na het verlaten van een vluchtelingenopvang (AZC of ROA-woning). Er is tot dat moment alleen een inkomen geweest in de vorm van een persoonlijke toelage, waarvan reserveren voor de kosten niet mogelijk was. Geen bijzondere omstandigheden zijn aanwezig waar het gaat om de eerste huisvesting van jongeren die het ouderlijk huis gaan verlaten. Deze kosten wordt niet als noodzakelijk gezien omdat de keuze van het moment van zelfstandig wonen aangepast kan worden aan de financiële middelen van de jongere. Hoogte bijzondere bijstand 1. Bij een ingangsdatum per de 1e van de maand betreft het de huur waarop de huurtoeslag in mindering is gebracht; 2. Bij een ingangsdatum anders dan de 1e van de maand: • de eerste (gebroken) maand betreft de volledige huur (zonder aftrek van huurtoeslag omdat daarop geen recht bestaat bij een gebroken maand) naar rato van de (resterende) dagen van de maand. • de volgende maand betreft de huur waarop de huurtoeslag op in mindering is gebracht. Dit wordt door de woningstichting al in de eerste verhuurnota verwerkt. Bewijsstukken Eerste verhuurnota. (Noten 15)

Rechtspraak bij dit artikel