De kosten van duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten horen tot de incidenteel voorkomende algemene noodzakelijk kosten van het bestaan. Deze kunnen worden voldaan uit een inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm, door middel van reservering dan wel gespreide betaling achteraf. Dit betekent dat er in principe geen bijstandsverlening mogelijk is voor deze kosten.
Noodzaak
Zijn er bijzondere omstandigheden in het individuele geval dan kan er, als men niet heeft kunnen reserveren, toch bijzondere bijstand worden verleend. Bijzondere omstandigheden kunnen aanwezig zijn in de onderstaande situaties:
•
Een noodzakelijk verhuizing.
Als noodzakelijk verhuizing wordt aangemerkt een verhuizing die het gevolg is van een verhuisverplichting in verband met de verstrekking van een woonkostentoeslag (zie B146).
LET OP: voor een verhuizing op medische gronden is de Wmo een voorliggende voorziening en is bijzondere bijstand in principe niet mogelijk.
•
Een eerste huisvesting na het verlagen van een AZC- of ROA-woning.
Gelet op het eerder genoten inkomen (COA-toelage) was er geen ruimte om te kunnen reserveren voor de kosten van een complete woninginrichting.
•
Echtscheiding/beëindiging samenwoning.
In dit geval wordt er in principe vanuit gegaan dat er geen sprake is van een volledige woninginrichting. Dit omdat de boedel gedeeld wordt tussen de beide (ex)partners. Per individueel geval zal gekeken moeten worden welke inrichtingskosten noodzakelijk zijn. De noodzaak kan beoordeeld worden na het afleggen van een huisbezoek.
Hoogte bijzondere bijstand
Het bedrag dat voor bijzondere bijstand in aanmerking komt, wordt vastgesteld aan de hand van de prijzengids van het NIBUD. Bij een volledige woninginrichting wordt uitgegaan van 60% van het inventarispakket naar huishoudtype volgens het NIBUD. Uitgangspunt hiervan is dat bij een (volledige) inrichting een deel tweedehands kan worden aangeschaft via overname van derden of kringloopwinkel.
Vorm en betaling bijzondere bijstand
•
Duurzame gebruiksgoederen in de vorm van leenbijstand;
•
Overige inrichtingskosten in principe om niet.
Bij een volledige woninginrichting is er ook sprake van overige inrichtingskosten. Deze kosten moeten in principe om niet worden verleend. Bij een volledige woninginrichting is het lastig om op voorhand een bedrag voor overige inrichtingskosten vast te stellen. Daarom wordt dit meegenomen in de leenbijstand. De restant schuld wordt in principe, na een aflossing van 36 maanden volledig betaalde maandelijkse aflossingsbedragen, omgezet in bijstand om niet. De restant schuld is in principe altijd hoger dan de kosten voor de overige inrichtingskosten, waardoor belanghebbende hierin niet benadeeld wordt.
Bewijsstukken
De bijzondere bijstand wordt rechtstreeks uitbetaald aan de leverancier, of op voorschotbasis verstrekt. Dit omdat van een belanghebbende niet verwacht kan worden de kosten zelf voor te schieten. Aan de belanghebbende wordt de verplichting opgelegd om achteraf het betalingsbewijs te overleggen.
De bijstand voor een volledige woninginrichting wordt in minimaal 3 termijnen (voorschotten) verstrekt. Een tweede en volgend voorschot wordt verstrekt op het moment dat van het voorgaande voorschot de betalingsbewijzen zijn overlegd.
Hoofdstuk 16.
Artikel 16.3
Duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten (B101)
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2011