Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 17.

Artikel 17.2

Berekening woonkostentoeslag eigenaren (B146)

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2011

Als er sprake is van een eigen woning en er is sprake van een inkomsten terugval, kan er tijdelijk bijzondere bijstand worden verstrekt voor woonkosten. Er kan in principe slecht een toeslag worden verstrekt als voldaan is aan de volgende voorwaarden: • de in aanmerking te nemen woonlasten zijn, na aftrek van de ontvangsten, hoger dan het bedrag van de toepasselijke basishuur, en; • (verdere) bezwaring van de woning kan niet worden gevergd. Onder woonkosten wordt verstaand de kosten die de eigenaar verschuldigd is voor: 1. de hypotheekrente (hiervan wordt 70% genomen ); 2. de premie voor de opstalverzekering; 3. de erfpachtcanon; 4. de waterschapslasten; 5. een vast bedrag voor de kosten van groot onderhoud en ingrijpende reparaties. De kosten van groot onderhoud en ingrijpende reparaties wordt vastgesteld conform het budgethand-boek NIBUD. Het gaat dan om: a. onderhoud woning; b. onderhoud CV-installatie.Deze kosten worden omgerekend naar een bedrag per maand. Aan de bijstand wordt, met toepassing van artikel 55 WWB, de voorwaarde verbonden dat de belanghebbende omziet naar een goedkopere woning, waarvan de woonlasten in overeenstemming zijn met zijn inkomen. Hier moet de belanghebbende bewijsstukken van overleggen. Hoogte bijzondere bijstand De woonkostentoeslag wordt vastgesteld overeenkomstig de Wet op de huurtoeslag (hoofdstuk 3, paragraaf 3: berekening van huurtoeslag). Bewijsstukken Bewijsstukken van woonkosten die aanvrager heeft, genoemd onder 1 tot en met 5.

Rechtspraak bij dit artikel