**1..** De raad beslist in zijn eerstvolgende vergadering na ontvangst van het advies van de voorzitter als bedoeld in artikel 6, eerste lid, over de behandeling van het burgerinitiatief.
**2..** Indien de raad het burgerinitiatief in behandeling neemt, stelt hij tegelijkertijd vast of gebruik wordt gemaakt van een van de mogelijkheden genoemd in het derde en het vierde lid van dit artikel en in welke vergadering over het burgerinitiatief beraadslaging zal plaatsvinden.
**3..** De raad kan een burgerinitiatief om advies voorleggen aan het college. Hij stelt daarbij een termijn vast waarbinnen dit advies moet zijn uitgebracht. Van het advies van het college maakt onderdeel uit een in amendeerbare vorm geformuleerd concept-besluit van de raad. Indien het burgerinitiatief betrekking heeft op een aangelegenheid van de raad, legt het presidium een concept-besluit aan de raad voor. Gelet op het advies van het college onderscheidenlijk het presidium neemt de raad vervolgens een besluit.
**4..** De raad kan besluiten om over een burgerinitiatief het advies in te winnen van een commissie. Het derde lid, tweede volzin, van dit artikel is van overeenkomstige toepassing.
**5..** De beraadslaging over een burgerinitiatief gevolgd door de besluitvorming als bedoeld in het derde lid vindt plaats binnen acht weken, nadat de raad heeft besloten om het burgerinitiatief in behandeling te nemen. Deze termijn kan ten hoogste eenmaal met vier weken worden verlengd.
**6..** Indien een burgerinitiatief wordt ingediend in de maanden juli of augustus worden de termijnen genoemd in het zesde lid met acht respectievelijk vier weken verlengd.