**1..** De voorzitter van de raad stelt een of meer van de vertegenwoordigers als bedoeld in artikel 5, derde lid, in de gelegenheid gesteld het burgerinitatief toe te lichten in de raadsvergadering waarin de beraadslaging over het initiatief plaatsvindt en eventuele vragen uit de raad te beantwoorden.
**2..** De voorzitter van de raad kan een of meer van de vertegenwoordigers als bedoeld in het eerste lid toestemming geven om deel te nemen aan de beraadslaging in de raad over het burgerinitiatief.
**3..** Indien de raad toepassing heeft gegeven aan artikel 7, vierde lid, zijn het eerste en het tweede lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing.