Bij de verlening van een persoonsgebonden budget worden de aanvrager de volgende verplichtingen opgelegd:
de aanvrager gebruikt het persoonsgebonden budget uitsluitend voor betaling van een voorziening en de daaraan noodzakelijk verbonden kosten;
de voorziening past binnen het gestelde programma van eisen;
de voorziening die de aanvrager inkoopt, is een adequate voorziening en is kwalitatief verantwoord;
de aanvrager deelt het college op diens verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de verlening van het persoongebonden budget.
Hoofdstuk 3
Artikel 49
Verplichtingen bij verstrekking persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen voor maatschappelijke ondersteuning gemeente Den Haag (2009)