**1..** Het college kan onderzoek doen naar de besteding van het persoonsgebonden budget.
**2..** Indien het persoonsgebonden budget een eenmalig aan te schaffen voorziening betreft, dient de aanvrager de besteding van het persoonsgebonden budget binnen 60 kalenderdagen na dagtekening van de beschikking te verantwoorden, door middel van het overleggen van een factuur en een bewijs van betaling.
**3..** Indien een aanvrager de besteding van het persoonsgebonden budget als bedoeld in het vorige lid niet adequaat kan verantwoorden, kan het college het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
**4..** Voor de voorziening hulp bij het huishouden als genoemd in artikel 17 geldt dat de budgethouder op verzoek van het college een administratie moet kunnen overleggen waarin is opgenomen: naam, adres en woonplaats van de hulpverlener, het aantal gewerkte uren per maand en het uitbetaalde bedrag per maand.
**5..** Indien uit het onderzoek een onrechtmatige besteding van het persoonsgebonden budget voor een verstrekte voorziening blijkt, kan het college overgaan tot geheel of gedeeltelijk terugvorderen van het persoonsgebonden budget.
Hoofdstuk 3
Artikel 50
Verantwoording besteding persoongebonden budget
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen voor maatschappelijke ondersteuning gemeente Den Haag (2009)