1.. Op grond van beschikbare, objectieve gegevens bepaalt het college na overleg met de aanvrager:

  • - het resultaat van de oplossing waardoor de vastgestelde aantoonbare beperking kan worden gecompenseerd;
  • - indien nodig het programma van eisen waaraan de voorziening moet voldoen.

2.. Bij het bepalen van een voorziening houdt het college voor zover redelijkerwijs mogelijk rekening met persoonskenmerken, behoeften en wensen van de aanvrager.