1.. Het college legt de inburgeringsplichtige een bestuurlijke boete op ten bedrage van:

  • - 20% van de voor de inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur van een maand, tot een maximum van € 250 per overtreding, indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan de overtreding als bedoeld in artikel 8, lid 1a.
  • - 60% van de voor de inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur van een maand, tot een maximum van € 500 per overtreding, indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan de overtreding als bedoeld in artikel 8, lid 1b.
  • - 60% van de voor de inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur van een maand, tot een maximum van € 500 per overtreding, indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan de overtreding als bedoeld in artikel 8, lid 1c.
  • - 60% van de voor de inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur van twee maanden, tot een maximum van € 1000 per overtreding, indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan de overtreding als bedoeld in artikel 8, lid 1d.