Naar hoofdinhoud

Artikel 3.2.

Procedure intrekken omgevingsvergunning, uitgebreide procedure

Onderdeel van Beleidsregel inzake intrekken verleende omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen

Hieronder volgt een beschrijving van de voorbereidingsprocedure ten behoeve van het besluit tot intrekking van een omgevingsvergunning die met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure tot stand is gekomen. a. Aanschrijving: Eén jaar (52 weken) na onherroepelijk worden van de verleende omgevingsvergunning ontvangt vergunninghouder een voornemen tot het intrekken van de omgevingsvergunning. Bij urgente en/of zwaarwegende planologische belangen volgt een voornemen tot intrekken na een half jaar (26 weken). Ook indien de bouwwerkzaamheden reeds zijn aangevangen, maar deze gedurende een periode van 26 weken (na constatering van stilgelegde werkzaamheden) stilliggen, wordt vergunninghouder aangeschreven met het voornemen om tot intrekking van de omgevingsvergunning over te gaan. b. Zienswijze: Voordat tot intrekking van de omgevingsvergunning wordt overgegaan wordt het ontwerpbesluit tot intrekken gepubliceerd in D’n Uitkijk en bekendgemaakt aan de vergunninghouder. Het ontwerpbesluit ligt dan gedurende 6 weken ter inzage. Belanghebbenden, dus ook de vergunninghouder, hebben gedurende deze 6 weken de tijd een schriftelijke of mondelinge zienswijze naar voren te brengen. Als een zienswijze wordt ingediend, zal worden beoordeeld of er voldoende gronden aanwezig zijn om niet tot intrekking van de omgevingsvergunning over te gaan. Als de zienswijze mondeling wordt ingediend, zal deze schriftelijk worden vastgelegd en aan de indiener worden verzonden. Van redelijke gronden is in ieder geval sprake als met concrete documenten (geaccepteerde offerte van een bouwondernemer, facturen van bestelde bouwmaterialen en/of hiermee gelijk te stellen documenten) de intentie tot het starten met de bouwwerkzaamheden aangetoond kan worden. c. Nadere termijn: Indien er redelijke gronden zijn om niet direct tot intrekking van de omgevingsvergunning over te gaan zal per individueel geval een nadere termijn gesteld worden waarbinnen vergunninghouder alsnog gebruik moet maken van de omgevingsvergunning (dit betekent feitelijk aanvangen met bouwwerkzaamheden) dan wel de bouwwerkzaamheden moet hervatten. De nadere termijn bedraagt nooit meer dan 2 jaar (104 weken) na het onherroepelijk worden van de verleende omgevingsvergunning. De nadere termijn wordt schriftelijk vastgelegd en verzonden aan de vergunninghouder. Een verzoek om nog verder uitstel na het verstrijken van de gestelde termijn zal strikter worden beoordeeld. Indien binnen de nader gestelde termijn geen aanvang is gemaakt met de bouwwerkzaamheden dan wel de werkzaamheden zijn hervat, wordt de omgevingsvergunning alsnog, zonder voorafgaande aankondiging, ingetrokken. d. Besluit: Er zal een besluit worden genomen tot intrekking van de omgevingsvergunning. Een besluit tot intrekking wordt binnen 12 weken na afloop van de zienswijzentermijn genomen. e. Bezwaar/beroep: Tegen het besluit tot intrekken van een omgevingsvergunning kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de dag van verzending van het besluit, een beroepschrift indienen bij de Rechtbank ’s-Hertogenbosch. Als de vergunning is ingetrokken moet vergunninghouder de situatie in oorspronkelijke toestand te herstellen. f. Publicatie: Het besluit tot intrekking van de omgevingsvergunning wordt zo spoedig mogelijk na versturen van het besluit aan vergunninghouder bekendgemaakt in D’n Uitkijk.

Rechtspraak bij dit artikel