Het beleid door u vastgesteld voor kwijtschelding is bij fraudevorderingen strenger dan bij vorderingen waar de belanghebbende niets te verwijten valt. Bij een vordering in verband met fraude is de hoogte van de restantvordering van belang voor de mogelijkheid tot kwijtschelding. Het volgende beleid werd vastgesteld:
Is een periode van vijf jaar verstreken en bedraagt de restvordering minder dan f 5.000,- (€ 2.268,90) dan hoeft dit niet aan kwijtschelding in de weg te staan.
Bedraagt de restvordering na tien jaar tussen de f 5.000,- (€ 2.268,90) en f 30.000,- (€ 13.613,41) dan is de kwijtschelding in principe mogelijk.
Bedraagt de restvordering meer dan f 30.000,- (€ 13.613,41) en is een periode van vijftien jaar verstreken na vaststelling van de vordering, dan is kwijtschelding mogelijk.
Wanneer wordt voldaan aan de in het beleid vastgestelde criteria kan kwijtschelding worden verleend. De debiteur dient zelf een verzoek om kwijtschelding in te dienen. Het verlenen van kwijtschelding is geen recht. Bij de advisering inzake de kwijtscheldingsverzoeken dient door de adviseur de volgende elementen aan de orde te stellen:
De duur van de verwijtbare gedraging. Het maakt verschil of de gedraging een periode van bijv. een jaar of van meer dan tien jaar bestrijkt;
De hoogte van het oorspronkelijke fraudebedrag;
De hoogte van de restvordering;
De financiële vooruitzichten van de belanghebbende;
Verwijtbaarheid van de gedraging voor deze belanghebbende;
De persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende;
Is er sprake van meerdere schulden en/of schuldeisers;
De mogelijkheid van een schuldsanering en de mogelijke ontvangsten op grond daarvan;
De betalingsdiscipline zoals door de belanghebbende tot op de dag van beoordeling vertoond;
De verleende medewerking bij het bepalen van de draagkracht en de heronderzoeken
Het al dan niet aangaan van nieuwe schulden na het bekend worden met onze vordering. De praktijk leert dat de schuldenaar geneigd is andere schulden af te sluiten om zijn draagkracht te drukken.
Is er sprake van meerdere fraudevorderingen als gevolg van meerdere frauduleuze handelingen dan kan alleen kwijtschelding worden verleend indien de belanghebbende een bedrag overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
Geen kwijtschelding kan worden verleend indien het niet aflossen is te wijten aan onwillig gedrag van de schuldenaar. Afzien van terugvordering wegens zeer dringende redenen en/of vanwege individuele redenen is en blijft altijd mogelijk; ook in bovengenoemde situaties.
De mogelijkheid tot kwijtschelding bestaat sinds 1 augustus 1998. Besloten werd om het kwijtscheldingsbeleid met terugwerkende kracht per 1 augustus 1998 in te laten gaan.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1
Fraudevorderingen
Onderdeel van Evaluatie herziening debiteurenbeleid algemene bijstandswet