Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.2

Niet fraudevorderingen

Onderdeel van Evaluatie herziening debiteurenbeleid algemene bijstandswet

In het enkele geval dat sprake is van een niet fraudevordering die na drie jaar niet is afgelost, wordt niet zondermeer afgezien van verdere terugvordering. Immers dit zou kunnen leiden tot een categoriale benadering, welke werkwijze door het Rijk als niet wenselijk wordt beschouwd. Besluitvorming vindt plaats op grond van de individuele situatie en op basis van een verzoek door of namens de schuldenaar gedaan. Bij de beoordeling van zo een verzoek worden de handvatten voor fraudevorderingen zondermeer toegepast. In de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 17 september 2001 bepaalde de rechtbank dat dit beleid op grond van de parlementaire geschiedenis niet aanvaardbaar is. Hierom stellen wij u voor om het beleid met betrekking tot kwijtschelding van niet fraudevorderingen die na drie jaar niet zijn afgelost aan te passen, in die zin dat het verzoek tot kwijtschelding beoordeeld wordt aan de hand van de volgende 9 punten: De hoogte van de restvordering; De financiële vooruitzichten van de belanghebbende; De hoogte van de oorspronkelijke vordering; De persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende; Is er sprake van meerdere schulden en/of schuldeisers; De mogelijkheid van een schuldsanering en de mogelijke ontvangsten op grond daarvan De betalingsdiscipline zoals door de belanghebbende tot op de dag van beoordeling vertoond; De verleende medewerking bij het bepalen van de draagkracht en de heronderzoeken Het al dan niet aangaan van nieuwe schulden na het bekend worden met onze vordering. De praktijk leert dat de schuldenaar geneigd is andere schulden af te sluiten om zijn draagkracht te drukken

Rechtspraak bij dit artikel