Door de invoering van artikel 101 Abw per 1 januari 1999 wordt diegene op wie verhaal wordt gezocht desgevraagd verplicht inlichtingen te verstrekken die voor verhaal van belang zijn. De inlichtingenplicht geldt alleen wanneer wij de persoon om informatie vragen. Indien zijn situatie wijzigt en hij redelijkerwijs kan vermoeden dat dit van belang kan zijn voor de vastgestelde bijdrage hoeft hij dit niet te melden. De inlichtingenplicht strekt zich alleen uit tot de gegevens die voor verhaal van belang zijn. In het geval van betwisting van de noodzaak door de onderhoudsplichtige rust de bewijslast op ons.
Wanneer de onderhoudsplichtige niet voldoet aan zijn inlichtingenplicht kan dit leiden tot een strafrechtelijke sanctie voor de betrokkene. In de notie van augustus 1999 werd opgenomen dat aangesloten werd bij het artikel 143 Abw, waarin de sanctie is neergelegd aan de schuldenaar die niet voldoet aan zijn inlichtingenplicht in het kader van terugvordering van bijstand. Per 1 maart 2000 is artikel 143 Abw vervallen. De strafbaarstellingen van de schending van de inlichtingenplicht op grond van de Abw is vanaf dat moment geregeld in het wetboek van Strafrecht in de artikelen 227a, 227b, 447c en 447d Sr. Besloten werd om onderhoudsplichtigen er voortaan op te wijzen dat het niet verstrekken van informatie wordt aangemerkt en
gesanctioneerd als misdrijf en dat bij het niet naleving van de informatieplicht daadwerkelijk tot het doen van aangifte moet worden overgegaan. Gebleken is dat slechts in enkele gevallen het team Terugvordering en Verhaal de betrokkenen gewezen hebben op de mogelijke gevolgen van het niet voldoen aan de informatieplicht. Door het team Terugvordering, Verhaal en Bijzonder Onderzoek worden de volgende redenen genoemd om hiermee te stoppen: het Openbaar Ministerie zou aan dergelijke strafzaken geen aandacht schenken en het strafrechtelijk gedeelte zou niet aansluiten bij de bepalingen in de Bijstandswet. Besloten werd de werkwijze die gold voor de vaststelling van de notitie van augustus 1999 voort te zetten. Aan de hand van deze werkwijze wordt de onderhoudsbijdrage ambtshalve vastgesteld wanneer de onderhoudsplichtige weigert de informatie te verstrekken. Is er sprake van een heronderzoek waarbij de onderhoudsplichtige geen medewerking verleent dan wordt de onderhoudsbijdrage berekend aan de hand van de reeds aanwezige gegevens en informatie van derden.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2
Verplichting tot het verstrekken van informatie door de onderhoudsplichtige
Onderdeel van Evaluatie herziening debiteurenbeleid algemene bijstandswet