Bij de plaatsbepaling van nieuw te leggen kabels of leidingen dient zoveel mogelijk het standaardprofiel gehanteerd te worden.
Bij de plaatsbepaling van nieuw te leggen kabels of leidingen in wegbermen geldt het standaardprofiel in omgekeerde volgorde gemeten vanaf de kant van de wegverharding als uitgangspunt.
Daar waar in de “Leidraad voor gemeenten en nutsbedrijven inzake (her-)straatwerkzaamheden” gesproken wordt over “gevels” geldt dit ook voor de perceelsgrens.
Voor de afstand van nieuwe transportgasleidingen en middenspanningskabels tot objecten gelden de volgende minimale streefmaten in meters:
gevels / perceelsgrens
bomen
struiken
transportgasleidingen
2,00
2,00
2,00
middenspanningskabels
1,00
1,00
1,00
In afwijking van de Technische bepalingen, artikel 12 Plaatsbepaling, lid 2 geldt voor de afstand van nieuwe laagspanningskabels tot gevels een minimale streefmaat van 0,90 meter.
Omtrent de juiste plaats van de te leggen kabels of leidingen en aan te brengen kasten en dergelijke dient aanvrager tevens overleg te plegen met de overige aanbieders.
Zonodig dienen in overleg met de gemeente en overige aanbieders ter bepaling van de juiste ligging van de nabij liggende leidingen ter plaatse door de aanvrager proefsleuven van voldoende omvang en diepte te worden gegraven.
Wanneer de plaatselijke toestand niet strookt met het standaardprofiel zullen de juiste plaats en diepte van de aan te brengen kabels en leidingen in overleg met de gemeente worden bepaald. Indien nodig zullen hiervoor door de aanbieder proefsleuven worden gegraven.