Een gefundeerde of gesloten verharding mag niet worden opengebroken.
Bij wegkruisingen onder gesloten verharding moeten de kabels of leidingen in een mantelbuis worden aangebracht, zodanig dat geen schade kan ontstaan aan het wegdek (zetting, oppersing e.d.) en de naastgelegen bermen, trottoirs of fietspaden, alsmede aan de ondergrondse infrastructuur.
De mantelbuis moet een minimale dekking hebben van 0,70 m en de buiseinden moeten als regel 1,20 m. + diameter mantelbuis buiten de kant van de verharding uitsteken.
Indien in uitzonderingsgevallen en onder nader te bepalen voorwaarden door de gemeente het openbreken van de gesloten verharding wordt toegestaan dienen door de aanbieder tijdelijke voorzieningen te worden getroffen. De wijze waarop dit dient te gebeuren wordt door de gemeente per geval bepaald.
Het definitief herstellen van de gesloten verharding wordt door de gemeente verricht. De reparatieconstructie wordt van geval tot geval op maat bepaald door de gemeente. De kosten van alle hiermee verband houdende, door de gemeente te verrichten werkzaamheden komen voor rekening van de aanbieder.