Naar hoofdinhoud

Artikel 17a

Uitvoering verkeersmaatregelen

Onderdeel van Voorschriften werkzaamheden ondergrondse infrastructuren .

Algemeen Het op- en afrijden van de voor de uitvoering bestemde terrein(en) en wegen moet plaatsvinden via, door de gemeente vooraf goed te keuren dan wel door haar aan te wijzen, locatie(s) en wegen. De gemeente is bevoegd, indien de veiligheid en/of de afwikkeling van het verkeer dit vereist, de werkzaamheden niet te laten aanvangen, te doen onderbreken of aanvullende voorwaarden te stellen. Ontsluiting van het werk dient zoveel mogelijk via hoofdwegen plaatsvinden. Het verkeer binnen de werkgrenzen dient tijdens de werkzaamheden zoveel mogelijk te kunnen doorgaan. De aanbieder draagt zorg voor een doorgang voor het fietsverkeer en de voetgangers of in overleg met de gemeente voor een omleidingroute. In aanvulling op het artikel over het verwijderen van verontreiniging op wegen van de vigerende Standaard RAW-Bepalingen dient de aanbieder zodanige preventieve maatregelen te treffen dat geen klei, modder of zand op de bestaande wegen kan komen en dat de wielen van de voertuigen, waarmede de transporten plaatsvinden, zijn ontdaan van klei, modder en zand voordat over bovengenoemde wegen wordt gereden. De toegang van de langs het werk gelegen percelen en de bevoorrading van de langs het werk gelegen bedrijven moet steeds mogelijk zijn. Daartoe dient de aanbieder de nodige maatregelen te treffen, zoals het leggen en onderhouden van rijplaten e.d. Bij volledige afsluiting van wegen dient de aanbieder ten minste drie weken voor aanvang van de werkzaamheden de gemeente, de hulpdiensten en de busdienst van dit voornemen in kennis te stellen. Uitdrukkelijk wordt erop gewezen, dat niet met de werkzaamheden mag worden begonnen voordat de nodige verkeersmaatregelen en voorzieningen zijn getroffen. Verkeersmaatregelen Afzetting op het werk ten plaatse van de begrenzing van het werk, alsmede de omleidingroutes moeten door de aanbieder worden verzorgd. De kosten voor het plaatsen, onderhouden en verwijderen van deze verkeersmaatregelen komen voor rekening van de aanbieder. De genoemde afzetting en omleidingroutes worden alleen geplaatst, indien dit door de aard en omvang van de werkzaamheden, alsmede voor een deugdelijke uitvoering van deze werkzaamheden noodzakelijk worden geacht. Het is de aanbieder niet toegestaan tijdelijke verkeersmaatregelen te plaatsen binnen een straal van 1,00 m. van gemeentelijk straatmeubilair. Tijdelijke verkeersmaatregelen mogen het zicht op gemeentelijke bebording of bewegwijzering en het zicht van camera’s niet ontnemen. De aanbieder treft bij de uitvoering van de werken de nodige voorzieningen voor het verkeer en voor de in opdracht van hem te werk gestelden overeenkomstig paragraaf 30 van U.A.V.1989, waarbij in lid 1 in plaats van "door de lucht" moet worden gelezen "door de lucht of gevaar voor de in opdracht van hem of namens hem te werk gestelden". Onder het treffen van voorzieningen wordt verstaan het plaatsen, onderhouden, verplaatsen en verwijderen van de nodig geoordeelde verkeers, waarschuwings- en richtingsborden,werkvoertuigen met een hekwerk waarop bevestigd twee paar alternerende halogeen of kryptonlichten,werkvoertuigen met een naar alle zijden goed zichtbaar geelkleurig zwaailicht, oranjekleurige fluorescerende kegels, geleidebakens, hekken, omleidingborden, enz., ten behoeve van: de veiligheid en geleiding van het verkeer; de veiligheid van de in opdracht van de aannemer en of namens hem te werk gestelden. De plaats van voorgenoemd materiaal steeds aanpassen aan de voortgang van de werkzaamheden. De verkeerstekens en -bakens mogen, naar het oordeel van de toezichthouder, over geen grotere afstand op het wegdek achterblijven c.q. het werk mag zich over geen grotere lengte uitstrekken dan voor het behoud van het gemaakte werk noodzakelijk en met het oog op de verkeersveiligheidtoelaatbaar is. Eventueel tijdens de uitvoering nodig geachte aanvullingen van de bebakening, bebording en maatregelen ten behoeve van een veilig verkeer of van een goede afwatering, dienen op eerste aanzegging te worden uitgevoerd. Indien de aanbieder ten aanzien van het treffen van voorzieningen in gebreke blijft, worden door de gemeente de nodig geachte werken door derden aangebracht; de hieruit voortvloeiende kosten worden op de aanbieder verhaald. De door het in gebreke blijven van de aanbieder aan derden veroorzaakte schade wordt op eveneens op de aanbieder verhaald. Indien op het werk of gedeelten daarvan gedurende enige tijd respectievelijk 's-avonds en in de weekends niet gewerkt wordt dienen voor zover mogelijk de betreffende maatregelen te worden afgedekt en/of te worden verwijderd. De aanbieder zorgt voor een dagelijkse en voldoende controle op de instandhouding van verkeersborden, wegbebakening en -afzettingen, ook buiten de normale werktijden. Dit geld ook voor de geplaatste verkeersvoorzieningen. Geconstateerde gebreken binnen het werkgebied en aan de afzettingen die buiten werktijd bij de ambtenaar van dienst van de gemeente Roosendaal worden gemeld, worden aan de aanbieder doorgegeven en indien noodzakelijk moeten deze binnen twee uur worden hersteld. Vindt herstel niet plaats binnen de gestelde tijd, dan worden de gebreken in opdracht van de ambtenaar van dienst onmiddellijk hersteld. De kosten hiervan worden in rekening gebracht bij de aanbieder. Hulpdiensten Ten behoeve van de nood- en hulpdiensten gelden de volgende voorwaarden: De minimale doorrijbreedte voor hulpvoertuigen bedraagt 3,50 meter en dient altijd gewaarborgd te zijn De werkzaamheden dienen op zodanige wijze te worden uitgevoerd dat te allen tijde per rijrichting minimaal één rijstrook beschikbaar moet zijn Als er een straat toch moet worden geblokkeerd, dan met niet meer dan één afsluiting per straat De minimale doorrijhoogte bedraagt 4,20 meter e. Brandkranen moeten zichtbaar blijven Toegangen tot belendende percelen mogen niet worden geblokkeerd Gewone uitgangen en nooduitgangen van onder andere scholen, gemeenschapshuizen, cafés et cetera moeten worden vrijgehouden; De vrije doorgang dient te allen tijde te zijn gegarandeerd over de volle breedte van de uitgangen en nooduitgangen (minimaal 2 meter afstand) De tijdsduur van de werken/afzettingen moet worden aangegeven. De maximale afstand van een mogelijke opstelplaats voor hulpvoertuigen tot elke plaats in de gevel van een gebouw mag ten hoogste 18 meter bedragen. Deze opstelplaats dient te allen tijde bereikbaar te zijn voor redvoertuigen. De opstelplaats dient een obstakelvrije ruimte te omvatten van 5,5 bij 10 meter en een stempeldruk van 1 MN/m2 te kunnen weerstaan.

Rechtspraak bij dit artikel