Aanvullen sleuven
Bij aanvullen van sleuven dient vervuiling van de kolken te worden voorkomen.
Het aanvullen van ontgraving ter plaatse van rijbanen moet geschieden met zand voor zandbed, dat zo nodig door de aanbieder moet worden geleverd.
Ter plaatse van de rijbanen dient een zandbed ter dikte van minimaal 0,50 meter zand aanwezig te zijn. Bij voet- en rijwielpaden, inritten e.d. moeten de verhardingen worden aangebracht in een zandbed ter dikte van minimaal 0,20 meter. Bij bedrijfsinritten moeten de verhardingen worden aangebracht in puinverharding. De overige aanvullingen moeten geschieden met uitkomende, fijngescherfde grond, tenzij deze naar oordeel van de coördinator ongeschikt is. Voor tekort komende grond moet zand worden bijgeleverd. Het bovenste gedeelte van de aanvulling moet tot in de oorspronkelijke dikte, met een minimum van 0,20 meter bestaand uit beteelbare grond. Indien ter plaatse van de ontgravingen en werkterreinen een grasmat aanwezig is, moet na voltooiing van de werkzaamheden de vorige toestand zijn hersteld, waartoe zo nodig tekort komende zoden moeten worden bijgeleverd. De herstelde grasmat moet met een laagje teelaarde worden afgedekt.
Verdichten aanvullingen
De aanvulling moet naast de buizen in lagen van ten hoogste 0,15 meter worden verdicht en boven de buizen in lagen van ten hoogste 0,30 meter.
Per laagdikte moet worden voldaan aan onderstaande sondeerwaarde:
onder trottoirs en inritten: minimaal 4 N/mm2
onder open bestrating van rijwegen en parkeerstroken: minimaal 4 N/mm2
plantsoen(paden) en bermen: minimaal 1,5 N/mm2
In afwijking van de Technische bepalingen, artikel 18, lid 11 dient de controle van de verdichting tijdens de uitvoering te geschieden met behulp van een continueregistrerend sondeerapparaat (penetograaf) met een conusoppervlak van 100 mm2 en een tophoek van 60°. Het meetbereik van de penetograaf dient ten minste 5 N/mm2 te bedragen en het dieptebereik ten minste 0,80 meter.
Bij (tussentijdse) oplevering dient de aannemer onverwijld en onverkort de geregistreerde waarden (sondeergrafieken) van het sondeerapparaat uit lid 6 aan de coördinator te overhandigen.
In afwijking van de Technische bepalingen, artikel 18, lid 14 dient een aanvulling met teelaarde niet te worden verdicht.
Bemaling
Wanneer onttrekking van grondwater noodzakelijk is, dient de aanbieder hiervoor vóór aanvang van de werkzaamheden vergunning aan te vragen.
Als bemalingwater op het gemeentelijk rioolstelsel geloosd moet worden, moet dit in ieder geval gemeld worden aan het Waterschap Brabantse Delta, Postbus 5520, 4801 DZ Breda.
Voordat met het onttrekken van grondwater wordt begonnen dient de aanbieder een vooropname uit te voeren van de nabijgelegen onroerende zaken en dient deze ter goedkeuring te over te dragen aan de coördinator.
Informatie en melding bodemverontreiniging
Voorafgaand aan de werkzaamheden dient de aanbieder bij de Regionale Milieu Dienst na te vragen of er sprake is van bodemverontreiniging of het vermoeden van bodemverontreiniging ter plaatse van de geplande werkzaamheden. Indien er iets bekend is over eventuele bodemverontreiniging zal dit aan de aanbieder worden medegedeeld.
Indien meer duidelijkheid gewenst is over de milieuhygiënische bodemkwaliteit dan kan de aanbieder een bodemonderzoek laten verrichten door een onderzoeksbureau. De aanbieder blijft te allen tijde verantwoordelijk voor eventuele risico’s voor de volksgezondheid, veiligheid en het milieu voortvloeiende uit een aanwezige bodemverontreiniging, tenzij de gemeente op grond van andere wet of regelgeving zelf verantwoordelijk / aansprakelijk is.
Indien de veroorzaker van de bodemverontreiniging bij de gemeente bekend is zal zij de aanbieder op diens verzoek hiervan op de hoogte stellen.
Indien door de gemeente acties worden ondernomen tegen de veroorzaker zullen daarin de belangen van de aanbieder worden meegenomen.
Indien de gemeente uit externe bron, bijvoorbeeld subsidie, middelen krijgt om de betreffende grond te saneren, zullen de door de aanbieder gemaakte kosten hieruit naar rato worden vergoed.
Bodemverontreiniging tijdens werkzaamheden
Indien tijdens de werkzaamheden bodemverontreiniging wordt geconstateerd, dienen de werkzaamheden direct te worden gestaakt, en dient de aanbieder dit bij de coördinator te melden. Pas na toestemming van de coördinator mag weer worden aangevangen met de werkzaamheden. Indien noodzakelijk dienen maatregelen getroffen te worden ter voorkoming van verspreiding van de verontreiniging danwel risico’s voor de volksgezondheid. In de regel kan verontreinigde grond (welke deel uitmaakt van een groter geval) teruggeplaatst worden. Het kan echter wenselijk zijn dat de verontreinigde grond gesaneerd wordt en afgevoerd wordt naar een erkend verwerker, waarna het ontgravingvak aangevuld wordt met schone grond.
De gemeente zal, als de aanbieder daar om verzoekt, -indien mogelijk- een alternatief tracé bieden.
Veiligheid
Indien werkzaamheden plaats vinden in verontreinigde grond dienen de veiligheidsklassen (volgens CROW-132) vastgesteld te worden door een ter zake kundig bedrijf zodat de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen toegepast kunnen worden.
Kosten n.a.v. bodemverontreiniging
Meerkosten als gevolg van bodemverontreiniging zijn in eerste instantie voor rekening van de aanbieder van het werk en kunnen (indien mogelijk) door de aanbieder worden verhaald op de veroorzaker van de verontreiniging.
Overtollige grond
Uitkomende overtollige licht verontreinigde dan wel schone grond dient door en voor rekening van de aanbieder na keuring conform Besluit Bodemkwaliteit te worden afgevoerd naar een door de gemeente aan te wijzen locatie. Het is eveneens mogelijk dat de grond op basis van de Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Roosendaal zonder keuring conform Besluit Bodemkwaliteit toegepast kan worden.. Eventuele verontreinigde grond dient door en voor rekening van de aanbieder te worden afgevoerd naar een erkend verwerker.
Overige uitkomende grond die vanwege de gemeente niet mag worden teruggebracht dient door en voor rekening van de aanbieder te worden afgevoerd naar een door de gemeente aan te wijzen locatie.
Eventuele tekortkomende grond dient door en voor rekening van de aanbieder op het werk ter beschikking gesteld te worden.
Overige niet bruikbare materialen dienen na beëindiging van de werkzaamheden te zijn verwijderd op kosten van de aanbieder