**1..** Voor investeringen met een economisch nut worden de volgende standaardafschrijvings-termijnen gehanteerd:
40 jaar nieuwbouw gebouwen (permanent) en rioleringen;
25 jaar sportterreinen; renovatie gebouwen; restauratie monumenten; aankoop gebouwen;
20 jaar parkeerterreinen;
15 jaar technische installaties in gebouwen (elektrische voorzieningen, verwarming, liften, machines); verkeerslichtinstallaties;
10 jaar (brandveiligheid)voorzieningen aan gebouwen; energiebesparende maatregelen in gebouwen; kunstopdrachten; telefooninstallaties; kantoormeubilair (nieuwe inrichting); aanleg terreinwerken (semi-permanent of tijdelijk); nieuwbouw gebouwen (semi-permanent, tijdelijk of verplaatsbaar); groot onderhoud aan gebouwen (mits levensduurverlengend);
5 jaar zware transportmiddelen/aanhangwagens en schuiten; personenauto’s/lichte motorvoertuigen/motoren, automatiseringssystemen plus omvangrijke applicaties, duurzame productie-middelen;
3 jaar software.
**2..** Voor de aanschaf van kapitaalgoederen kleiner dan € 10.000 per stuk komen de totale lasten in het jaar van aanschaf ten laste van het betreffende programma- en productbudget.
**3..** Onder investeringen met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het BBV, worden verstaan investeringen in wegen, waterwegen, civiele kunstwerken en groen.
**4..** Voor investeringen met een maatschappelijk nut worden de volgende maximale afschrijvingstermijnen gehanteerd:
25 jaar: civiele kunstwerken (bruggen, viaducten, tunnels).
20 jaar: eerste aanleg van wegen, fietspaden, voetpaden, rotondes, rails.
10 jaar: reconstructies en inrichting van de openbare ruimte (mits groter dan € 150.000.).
In het licht van het jaarlijks vast te stellen budgettair kader en de ontwerpbegroting kan het college een voorstel doen tot extra afschrijvingen op deze investeringen. Voor investeringen in kapitaalgoederen die op 1 januari 2005 al geactiveerd waren, mogen de oorspronkelijke afschrijftermijnen blijven gelden.
**5..** Financiële bijdragen aan kapitaalgoederen in eigendom van derden worden niet geactiveerd, maar komen in het jaar van aanschaf ten laste van het budget van het betrokken programma en product.
**6..** De afschrijvingstermijn van de in lid 1 onderdeel f genoemde duurzame productiemiddelen is afhankelijk van de economische levensduur. Duurzame productiemiddelen die een aantoonbare kortere levensduur hebben, kunnen in afwijking van de genoemde termijn (5 jaar) worden afgeschreven.
HOOFDSTUK 3
Artikel 14
Waardering, activering en afschrijving vaste activa
Onderdeel van Verordening financieel beheer en beleid gemeente Den Haag