Bij de begroting en in het jaarverslag wordt in een treasury paragraaf ingegaan op het financieringsbeleid; hierbij wordt respectievelijk het begrote en werkelijke financieringskader uiteengezet. Aan de orde komt ten minste:
- - de rentevisie respectievelijk renteontwikkeling;
- - het begrote respectievelijk werkelijke volume korte financiering in relatie tot de kasgeldlimiet;
- - het begrote respectievelijk werkelijke volume lange financiering in relatie tot de renterisiconorm;
- - het begrote respectievelijk werkelijke verloop van de gemeentelijk liquiditeitsprognose;
- - nadere toelichting op voorgaande punten a tot en met d.