In deze verordening wordt verstaan onder:
logeerinrichting: een gebouw of gedeelte(n) van een gebouw,
waarin bij wijze van bedrijf of nevenbedrijf logies aan personen
pleegt te worden verschaft, gepaard gaande met dienstverlening,
al dan niet met verstrekking van een of meer maaltijden;
kamerverhuurinrichting: een gebouw of gedeelte(n) van een
gebouw, waarin bij wijze van bedrijf of nevenbedrijf kamerruimte
voor bewoning pleegt te worden verschaft, al dan niet gepaard
gaande met dienstverlening en/of verstrekking van
maaltijden;
vergunning; de schriftelijke vergunning, bedoeld in artikel
3;
exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon, die de onder a
en/of b bedoelde inrichting exploiteert;
beheerder: degene, die belast is met de dagelijkse leiding in
de onder a en/of b bedoelde inrichting.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening op de logeer- en kamerverhuurinrichtingen