**1..** De burgemeester kan, indien degene, die de horeca-inrichting exploiteert, in strijd handelt met het bepaalde in artikel 2:28, eerste lid, artikel 2:33A., eerste lid, of artikel 2:29, eerste of tweede lid, dan wel indien de burgemeester dat anderszins ter bescherming van het woon- en leefklimaat noodzakelijk acht, de gehele of gedeeltelijke sluiting van een horeca-inrichting bevelen.
**2..** Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(en) van de horeca-inrichting.
**3..** Het bevel tot sluiting geldt voor bepaalde of onbepaalde tijd; in het laatste geval wordt het bevel tot sluiting opgeheven bij openbaar te maken besluit.
**4..** Een ieder is verplicht toe te laten, dat het in het tweede lid bedoelde besluit ter plaatse wordt aangebracht en daar aangebracht blijft, zolang het bevel van kracht is.
**5..** Het is degene, die de horeca-inrichting exploiteert, verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven.
**6..** Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend gemaakt is op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten horeca-inrichting als bezoeker te verblijven.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8:
Artikel 2:28G.
Sluiting van een horeca-inrichting
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag