Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 7:

Artikel 2:26B.

Stadionomgevingsverbod.

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV)

1.. De burgemeester kan aan een persoon schriftelijk het verbod opleggen zich op te houden in de omgeving van het stadion vanaf vier uur vòòr het vastgestelde aanvangstijdstip tot vier uur na afloop van voetbalwedstrijden van de organisator ex artikel 2:25B. Het verbod geldt voor een bepaalde tijd welke niet langer is dan twee jaar. 2.. De burgemeester kan overgaan tot het opleggen van het in het vorige lid bedoelde verbod, nadat is vast komen te staan dat de persoon de openbare orde in of in de omgeving van het stadion heeft verstoord op een dag dat een wedstrijd van de organisator wordt gespeeld. Tevens kan dit verbod worden opgelegd aan personen aan wie een stadionverbod is opgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel