Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 8:

Artikel 2:27

Begripsomschrijvingen horeca-inrichtingen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV)

1. . Inrichting: elke door de mens ondernomen bedrijvigheid, welke anders dan om niet binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht; 2. . Horeca-inrichting: een inrichting, zoals een restaurant, café, cafetaria, lunchroom, snackbar en een discotheek, alsmede aanverwante inrichtingen waar dranken worden geschonken of spijzen voor consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt, inclusief de daarbij behorende terrassen; studentensociëteit: een inrichting, die wordt gedreven door een vereniging waarvan de leden staan ingeschreven bij een instelling voor hoger onderwijs, waar anders dan bedrijfsmatig dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, dan wel amusement wordt geboden of de gelegenheid wordt gegeven zich te ontspannen; de vereniging beschikt over een huishoudelijk reglement, toegelaten en mogelijk het lidmaatschap zal worden ingetrokken bij wangedrag van het lid of de door hem of haar geïntroduceerde bezoeker; elke andere inrichting, waarvan de bedrijvigheid in ieder geval in belangrijke mate mede gericht is op het verstrekken van etenswaren en/of dranken, ten einde deze ter plaatse te nuttigen, het bieden van amusement en het gelegenheid geven tot ontspanning. 3. . Ondernemer: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, voor wiens rekening en risico de horeca-inrichting wordt gedreven en de bestuurders van de rechtspersoon of hun gevolmachtigden met uitzondering van de bestuurders van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4 Drank- en Horecawet. 4. . Leidinggevende: degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de horeca-inrichting is belast en ook als zodanig staat vermeld in de vergunning als bedoeld in artikel 2:28. 5. . Bezoeker: een ieder die zich in een horeca-inrichting bevindt met uitzondering van: de ondernemer, alsmede diens bloed- en aanverwanten; indien de ondernemer een rechtspersoon is, dan moet voor ondernemer gelezen worden: degene(n) die krachtens de inschrijving in de registers van de Kamer van Koophandel en Fabrieken bevoegd is/zijn de rechtspersoon te vertegenwoordigen; de leidinggevende in de zin van artikel 1 van de Drank- en Horecawet; de leidinggevende zoals omschreven in het vierde lid; de personen van wie de aanwezigheid in de horeca-inrichting om dringende redenen is vereist. 6. . Categorieën van horeca-inrichtingen: a. Categorie 1: horeca-inrichtingen, die alleen zijn gericht op exploitatie gedurende de dag; b. Categorie 2: alle overige horeca-inrichtingen; c. Categorie 3: horeca-inrichtingen als bedoeld onder b die tevens zijn gericht op exploitatie in de nachtelijke uren en gelegen zijn in een uitgaanskern zoals aangegeven op een door burgemeester en wethouders vastgestelde kaart.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel