Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 8:

Artikel 2:29

Sluiting horeca-inrichting

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV)

1. . De burgemeester kan een horeca-inrichting tijdelijk of voor onbepaalde tijd gesloten verklaren indien: die horeca-inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige exploitatievergunning; die horeca-inrichting wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de exploitatievergunning verbonden voorschriften; een van de in artikel 2:28C, tweede lid, genoemde situaties zich voordoet. 2. . Een besluit tot sluiting wordt op, in of nabij de toegang van de horeca-inrichting aangebracht. 3. . Een sluiting kan op verzoek van een belanghebbende door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 4. . Het is de ondernemer of de leidinggevende van de horeca-inrichting verboden na het van kracht worden van de sluiting bedoeld in het eerste lid, bezoekers tot de horeca-inrichting toe te laten of daarin te laten verblijven. 5. . Het is een ieder verboden in een bij besluit van de burgemeester gesloten horeca-inrichting als bezoeker te verblijven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel