1.. De vergunning, ontheffing of instemming kan worden ingetrokken of gewijzigd:

  • - indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
  • - indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning , ontheffing of instemming , moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning , ontheffing of instemming is vereist;
  • - indien de aan de vergunning , ontheffing of instemming verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
  • - indien van de vergunning , ontheffing of instemming geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn,

    binnen een redelijke termijn;

  • - indien de houder dit verzoekt.
  • - indien de houder of een persoon wiens gedraging aan hem kan worden toegerekend handelt in strijd met artikel 6:2A van deze verordening of 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

2.. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.