1.. De vergunning kan voor een bepaalde termijn worden verleend:

  • - indien niet met voldoende zekerheid de mate van nadelige beïnvloeding van het woon- en leefklimaat en/of de openbare orde kan worden beoordeeld;
  • - indien de inrichting een tijdelijk karakter heeft.

2.. De burgemeester kan de termijn, als bedoeld in het vorige lid, verlengen; de termijn kan, al dan niet verlengd, de duur van drie jaar niet te boven gaan.