**1..** De commissie bestaat uit een lid-voorzitter en acht leden, alsmede vier plaatsvervangende leden.
**2..** De leden moeten als specifiek deskundig kunnen worden beschouwd op een of meer van de navolgende gebieden: architectuur, stedenbouw, bouwkunde, geschiedkunde, kunsthistorie, cultuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschapsarchitectuur of van beeldende kunst. Van de leden wordt verwacht dat zij onafhankelijk van hun specifieke deskundigheid, vaardig zijn om een bijdrage te leveren aan een integrale afweging bij de beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit. Van de leden wordt verwacht dat men Leiden kent en een visie heeft op (ontwikkelingen op het gebied van) de ruimtelijke kwaliteit van Leiden.
**3..** De leden worden door burgemeester en wethouders benoemd en ontslagen.
**4..** De voorzitter van de commissie wordt benoemd door de gemeenteraad. De commissie benoemt uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter.
**5..** De leden worden benoemd voor een periode van 4 jaar. Bij de aanvang van de nieuwe organisatie rond de commissie worden 4 van de 9 leden alsmede 2 plaatsvervangende leden benoemd voor een periode van 2 jaar.
**6..** De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen.
**7..** Leden die tussentijds in vacatures worden benoemd, treden af op het moment dat hun voorganger aftredend zou zijn geweest.
**8..** Aftredende leden zijn onmiddellijk, doch voor maximaal 1 periode herbenoembaar.
**9..** Leden die gedurende twee achtereenvolgende periodes (geheel of gedeeltelijk) zitting hebben gehad, kunnen voor een periode van 2 jaar niet voor benoeming in aanmerking komen.
**10..** Leden van de gemeenteraad en medewerkers in dienst van de gemeente Leiden kunnen niet tot lid van de commissie worden benoemd.
**11..** Wanneer voor burgemeester en wethouders blijkt dat een lid zijn of haar taak niet behoorlijk vervult, kunnen zij dit lid ontslaan als lid van de commissie.