De ambtenaar, aan wie de in artikel 2 bedoelde verplichting is
opgelegd, heeft aanspraak op een beschikbaarheidtoelage, uitgedrukt
in een percentage van zijn bezoldiging.
De beschikbaarheidtoelage bedraagt met inachtneming van de vermelde
minimumbedragen bij de hierna aangegeven frequenties:
Frequentie van de
verplichting:
Toelage, uitgedrukt in een percentage van de
bezoldiging:
Minimumbedrag
van de toelage:
a
1 week in de 13 weken
0,5
€ 20,95
b
1 week in de 12 weken
0,6
€ 24,42
c
1 week in de 11 weken
0,7
€ 27,98
d
1 week in de 10 weken
0,8
€ 31,52
e
1 week in de 9 weken
0,9
€ 35,33
f
1 week in de 8 weken
1,1
€ 42,04
g
1 week in de 7 weken
1,3
€ 48,98
h
1 week in de 6 weken
1,7
€ 60,59
i
1 week in de 5 weken
2
€ 70,02
j
1 week in de 4 weken
2,7
€ 84,00
k
1 week in de 3 weken
3,75
€ 97,98
l
2 weken in de 5 weken
4,5
€ 112,00
m
1 week in de 2 weken
5,9
€ 125,98
n
2 weken in de 3 weken
8
€ 154,04
waarbij een week wordt gesteld op zeven kalenderdagen minus de werktijd in
die week volgens het voor de ambtenaar geldende werkrooster.
Indien de in het eerste lid bedoelde verplichting geldt voor
niet-regelmatige tijden heeft de ambtenaar aanspraak op een
beschikbaarheidtoelage van:
€ 84,00 voor ieder volle week, waarvoor de verplichting geldt;
1/120 deel van het onder a vermelde bedrag, voor ieder uur waarvoor
de verplichting geldt.
Indien de in het eerste lid bedoelde verplichting met een andere dan
de daar genoemde frequentie is opgelegd, wordt het percentage van de
beschikbaarheidtoelage afgeleid van de daar vermelde
frequenties.
Indien de ambtenaar gedurende de uren, waarover hij aanspraak heeft
op de beschikbaarheidtoelage, bedoeld in artikel 2 van deze
regeling, de in artikel 1:1, eerste lid sub l van de CAR bedoelde
werkzaamheden in overwerk verricht, is het bepaalde in artikel 3:2
van de CAR en de Bezoldigingsregeling 2011 onverminderd van
toepassing.
Artikel 4
Beschikbaarheidtoelage
Onderdeel van Regeling Beschikbaar houden bij crisisbeheersing 2011