Naar hoofdinhoud

§ 2

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Verordening algemene bijstand gemeente Breda 1997

1.. De alleenstaande ouder, die voor zijn woning aantoonbaar woonkosten verschuldigd is en zijn algemeen noodzakelijke bestaanskosten niet kan delen met een ander, krijgt een toeslag ter hoogte van 20% van het minimumloon. 2.. De alleenstaande ouder, die voor zijn woning aantoonbaar woonkosten verschuldigd is en zijn algemeen noodzakelijke bestaanskosten kan delen met een ander, krijgt een toeslag ter hoogte van 10% van het minimumloon. 3.. In afwijking van het eerste lid heeft de alleenstaande ouder, die kostganger is, recht op toeslag ingevolge dit artikel, indien de verschuldigde kostprijs tenminste 20% van het minimumloon bedraagt. 4.. De alleenstaande ouder, die kostgever of (kamer)verhuurder is, wordt geacht kosten te delen, als bedoeld in het tweede lid. 5.. De alleenstaande ouder, in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, wordt geacht zijn algemene kosten van bestaan niet te kunnen delen. 6.. De zorgbehoevende en zijn verzorger hebben recht op toeslag ingevolge het eerste lid, indien zij niet tevens kostgever of (kamer)verhuurder zijn, anders dan jegens elkaar. 7.. Indien sprake is van medebewoning van uitsluitend één of meer niet ten laste komende kinderen, met een inkomen lager of gelijk aan de van toepassing zijnde norm ex artikel 29 Algemene bijstandswet, verhoogd met 10% van het minimumloon, bestaat recht op toeslag ingevolge het eerste lid.

Rechtspraak bij dit artikel