De gedragingen bedoeld in artikel 20 van de wet worden onderscheiden in de volgende categorieën:
Categorie 1
het niet, onvoldoende of niet binnen een door het college gestelde termijn nakomen van inlichtingen- en medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 13 van de wet, voor zover dit niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag;
het later terugkeren van verblijf in het buitenland of het langer verblijven in het buitenland dan is toegestaan.
Categorie 2
het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de registratie;
het niet, onvoldoende of niet binnen een door het college gestelde termijn nakomen van inlichtingen- en medewerkingsplicht bedoeld in artikel 13 van de wet, voor zover dit heeft geleid tot een bruto benadelingsbedrag lager dan € 3.000,-.
Categorie 3
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen;
het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van geboden re-integratie-instrumenten, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, scholing of zelfstandige maatschappelijke participatie, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van het re-integratietraject;
het niet, onvoldoende of niet binnen een door het college gestelde termijn nakomen van inlichtingen- en medewerkingsplicht bedoeld in artikel 13 van de wet, voor zover dit voor heeft geleid tot een bruto benadelingsbedrag dat hoger is dan € 3.000,-, doch lager dan € 6.000,-;
Categorie 4
het niet aanvaarden of door eigen toedien niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid;
het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van geboden re-integratievoorzieningen, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, scholing of zelfstandige maatschappelijke participatie, als dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van het re-integratietraject;
het zich zeer ernstig misdragen jegens het college en de in zijn opdracht werkende ambtenaren en medewerkers als bedoeld in artikel 20, tweede lid van de IOAW of artikel 20, eerste lid van de IOAZ;
het niet, onvoldoende of niet binnen een door het college gestelde termijn nakomen van inlichtingen- en medewerkingsplicht bedoeld in artikel 13 van de wet, voor zover dit heeft geleid tot een bruto benadelingsbedrag hoger dan € 6.000,- en er door de bevoegde autoriteiten geen strafvervolging wordt ingesteld.
Categorie 5
het door eigen toedoen niet (volledig) behouden van een voorliggende voorziening waaronder begrepen het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid zoals bedoeld in artikel 20, eerste lid onderdeel a en b van de IOAW of artikel 20 tweede lid onderdeel a en b van de IOAZ;