Naar hoofdinhoud
1.. De benoeming van de voorzitter en leden, alsmede van de plaatsvervangende leden geschiedt voor de duur van de zittingsperiode van de Begeleidingscommissie, en gaat in op het moment waarop deze wordt aanvaard. 2.. De zittingsperiode van de Begeleidingscommissie is gelijk aan vier jaar met de mogelijkheid tot verlenging van twee keer vier jaar. 3.. De aftredende leden, daaronder begrepen de plaatsvervangende leden, zijn terstond herbenoembaar gedurende maximaal twee zittingsperioden. 4.. Voor degene die ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats tot lid wordt benoemd, geschiedt de benoeming voor de duur van het restant van de lopende zittingsperiode van de Begeleidingscommissie. 5.. Een lid kan te allen tijde ontslag vragen. Het lid, waaraan op zijn verzoek tussentijds ontslag wordt verleend, blijft lid van de Begeleidingscommissie, totdat het nieuwe lid de benoeming heeft aanvaard voor een periode van maximaal drie maanden. 6.. Het college kan, de Begeleidingscommissie gehoord, te allen tijde zelf met onmiddellijke ingang aan een lid ongevraagd ontslag verlenen in situaties zoals bedoeld in artikel 49 van de Gemeentewet. 7.. Voor de benoeming van een lid in een tussentijdse opengevallen plaat is de in artikel 3 vastgestelde procedure van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel