Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemert-Bakel 2011

1.. In dit besluit wordt verstaan onder: Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning; Voorziening: hulp bij het huishouden, een woonvoorziening, een rolstoelvoorziening of een vervoersvoorziening. Bij het bepalen van een voorziening wordt rekening gehouden met de persoonskenmerken en de behoefte van de persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 4, 5 en 6 van de wet, alsmede met de capaciteit van deze persoon om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien en die op basis van een individuele aanvraag toegekend wordt door de gemeente; Bruto-inkomen in het kader van de vaststelling van de eigen bijdrage en het eigen aandeel in de kosten van een voorziening: het inkomen zoals bedoeld in artikel 4.1 eerste lid Besluit maatschappelijke ondersteuning; Netto-inkomen in het kader van de vaststelling van de toegang tot Wmo-voorzieningen: het inkomen zoals bedoeld in artikel 2 van dit Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemert-Bakel 2011; Norminkomen: de normen, genoemd in paragraaf 3.2 van de Wet werk en bijstand, omgerekend tot een bedrag per kalenderjaar; Inkomensgrens: de grens die gevormd wordt door 1,25 maal het van toepassing zijnde norminkomen; Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening welke kan worden afgestemd op het inkomen van de aanvrager; Persoonsgebonden budget: een budget in de vorm van een geldbedrag waarmee de aanvrager een of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven en waarop de in de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Gemert-Bakel 2011 en dit Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning te stellen regels van toepassing zijn; Eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten: een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen bijdrage, die bij respectievelijk de verstrekking van een voorziening in natura, een persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming betaald moet worden en waarop de regels van het Besluit maatschappelijke ondersteuning van toepassing zijn; Maximale periodebijdrage: het maximumbedrag aan eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten dat een aanvrager per periode van vier weken betaalt gebaseerd op het verzamelinkomen van de aanvrager en dat van zijn eventuele partner in het peiljaar; Peiljaar: het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin aan een persoon maatschappelijke ondersteuning wordt verleend (voor 2011 is het peiljaar 2009); Forfaitaire vergoeding: een bijdrage ineens of periodiek die los van het inkomen en los van de werkelijke kosten van een voorziening wordt verstrekt, al dan niet met inachtneming van de inkomensgrens; Gemaximeerde vergoeding: een vergoeding in de kosten van een voorziening die tot een vastgesteld maximum wordt verstrekt, al dan niet met inachtneming van de inkomensgrens; Normbedrag: een forfaitaire of een gemaximeerde vergoeding; Verordening: de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemert-Bakel 2011; Besluit maatschappelijke ondersteuning: de Algemene Maatregel van Bestuur waarin nadere regels gesteld zijn ter uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning; Beleidsregels Wmo: Beleidsregels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemert-Bakel 2011; Alle bedragen die in dit Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemert-Bakel 2011 genoemd worden zijn netto bedragen, inclusief Btw, tenzij anders is vermeld. Artikel 2 Inkomensberekening in verband met vaststelling inkomen Het netto-inkomen van de aanvrager ter vaststelling van de toegang tot Wmo-voorzieningen wordt als volgt vastgesteld: Uitgangspunt voor het berekenen van het inkomen is de loon- of uitkeringspecificatie over de betaalperiode direct voorafgaande aan de datum van de aanvraag (exclusief vakantiegeld). Vervolgens wordt het jaarinkomen berekend, waarbij rekening wordt gehouden met de periode waarover het salaris wordt uitbetaald: . salaris per maand x 12 . salaris per week x 52 . salaris per vier weken x 13 . salaris per kwartaal x 4 salaris per dag x 260 Als er sprake is van een wisselend inkomen dan moet een redelijke termijn in acht worden genomen waarover het netto inkomen kan worden vastgesteld. Het jaarinkomen van een zelfstandig ondernemer wordt bepaald aan de hand van de boekhouding over de laatste 3 boekjaren, tenzij dit inkomen geen juiste weergave biedt van het besteedbaar inkomen in het jaar waarin de aanvraag op grond van de verordening wordt ingediend. Is er sprake van aanvullende bijstand dan wordt uitgegaan van de bijstandsnorm omdat bij de berekening van de bijstand al rekening wordt gehouden met alle mogelijke inkomsten en kosten. Bij de vaststelling van het netto-inkomen wordt de rente uit vermogen als inkomen in aanmerking genomen. Hierbij wordt het vermogen zoals bedoeld in artikel 34 lid 3 WWB (Wet Werk en Bijstand) buiten beschouwing gelaten. Van dit inkomen uit vermogen wordt de eventueel verschuldigde vermogens-rendementsheffing (= 1,2% van het totale vermogen) afgetrokken. Indien sprake is van een minderjarige aanvrager moet worden uitgegaan van het inkomen van de ouders. De berekening zoals hierboven beschreven wordt dan gehanteerd. Artikel 3 Norminkomens en inkomensgrenzen Voor het vaststellen van de inkomensgrenzen worden de norminkomens voor de onderstaande leefvormen gehanteerd: Gehuwden beiden tot 65 jaar Alleenstaande ouder tot 65 jaar Alleenstaanden tot 65 jaar Gehuwden beide, of 1 persoon, 65 jaar of ouder Alleenstaande ouder 65 jaar of ouder Alleenstaande 65 jaar of ouder De inkomensgrens wordt vervolgens vastgesteld op 1,25 x het norminkomen voor de betreffende leefvorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel