Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het
hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende de
referteperiode het inkomen van alleenstaande ouders en
gehuwden/samenwonenden met een of meer ten laste komende kinderen in de
leeftijd tot 18 jaar en chronisch zieken en gehandicapten niet uitkomt
boven 120 procent van de toepasselijke bijstandsnorm en het inkomen voor
alleenstaanden en gehuwden/samenwonenden zonder kinderen niet uitkomt
boven 110 procent van de toepasselijke bijstandsnorm.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3
– Langdurig, laag inkomen
Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag Schiedam 2009