De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:
voor gehuwden € 486,00,
voor een alleenstaande ouder € 436,00 en
voor een alleenstaande € 341,00.
[De genoemde bedragen gelden per 1 januari 2008 en indexering vindt
plaats per 1 januari 2009]
Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de
peildatum bepalend.
Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van
het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of
artikel 13 lid 1 van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in
aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die
voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou
gelden.
De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het
procentuele verschil tussen de gehuwdennorm per 1 januari van
dat jaar en de gehuwdennorm van het daar aan voorafgaande
jaar.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4
– Hoogte van de langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag Schiedam 2009