**1.** De houders van een vergunning of machtiging, als bedoeld in artikel 5, dienen deze bescheiden en de overige in de vergunningvoorschriften bedoelde stukken op eerste vordering van de in artikel 17 van deze verordening bedoelde ambtenaren behoorlijk ter inzage af te geven.
**2.** Degene die de in het eerste lid bedoeld bescheiden niet kan tonen, wordt geacht niet over deze bescheiden te beschikken.