**1..** Met inachtneming van artikel 4, eerste lid van deze verordening, wordt de maatregel vastgesteld op:
tien procent van de grondslag, uitgedrukt in een bedrag, gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
twintig procent van de grondslag, uitgedrukt in een bedrag, gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
vijftig procent van de grondslag, uitgedrukt in een bedrag, gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie;
honderd procent van de grondslag, uitgedrukt in een bedrag, gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie.
**2..** De hoogte van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, als de belanghebbende binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw een verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie verricht.
**3..** Als door toepassing van het bepaalde in het eerste of tweede lid een maatregel van honderd procent, uitgedrukt in een bedrag, is opgelegd, wordt de duur van de maatregel steeds met één maand verlengd, als de belanghebbende binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een zodanige maatregel is opgelegd, opnieuw een verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie verricht.
**4..** Het college heroverweegt een besluit als bedoeld in het derde lid binnen een door hem te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden bedraagt.
Hoofdstuk 2
Artikel 11
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelen- en handhavingsverordening IOAW en IOAZ Breda 2010