Het college ziet af van het opleggen van een
maatregel indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt;
of
de gedraging meer dan één jaar voor
constatering van die gedraging door het college
heeft plaatsgevonden, met uitzondering van de
gedraging die schending van de inlichtingenplicht
inhoudt; of
de gedraging, die een schending van de
inlichtingenplicht inhoudt langer dan vijf jaar
geleden heeft plaatsgevonden.
Het college kan afzien van het opleggen van een
maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig
zijn.
Indien het college afziet van het opleggen van een
maatregel op grond van dringende redenen, wordt de
belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling
gedaan.
Hoofdstuk 1
Artikel 5 -
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening WWB, IOAW, IOAZ gemeente Montfoort 2011