De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerste
dag van de kalendermaand volgend op de datum waarop
het besluit tot maatregel aan de belanghebbende is
kenbaar gemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor
die maand geldende uitkeringsnorm.
In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met
terugwerkende kracht worden opgelegd, voor zover
uitbetaling nog niet heeft plaatsgevonden.
In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met
terugwerkende kracht worden opgelegd, indien de
inlichtingenplicht niet is nagekomen en de uitkering
ten onrechte of tot een te hoog bedrag is
verleend.
Een maatregel wordt voor bepaalde tijd opgelegd. Een
maatregel die voor een periode van meer dan 3
maanden wordt opgelegd, wordt uiterlijk na drie
maanden nadat het besluit is bekendgemaakt,
heroverwogen.
Indien er sprake is van het opleggen van maatregel
maar deze in verband met het beëindigen van de
uitkering niet (geheel) kan worden geëffectueerd,
blijft de maatregel (het restant) staan gedurende
een periode van 12 maanden, te rekenen vanaf het
moment van beëindiging van de uitkering.
Bij hervatting van de uitkering binnen de in het
vierde lid genoemde periode beoordeelt het college
of de (restant) maatregel alsnog wordt
geëffectueerd. Van een (gedeeltelijk) afzien wordt
schriftelijk mededeling gedaan onder vermelding van
de reden.
Hoofdstuk 1
Artikel 6 -
Ingangsdatum en tijdvak
Onderdeel van Maatregelenverordening WWB, IOAW, IOAZ gemeente Montfoort 2011